Transformeert bedrijventerrein naar woon- en werkplek
De gemeente Waalwijk heeft aangekondigd 7,5 miljoen euro te willen investeren in de aankoop van de panden van rubberproducent DRI, gelegen op het bedrijventerrein Zanddonk. Deze stap is een onderdeel van een bredere ambitie om het rommelige terrein om te vormen tot een levendige woon- en werkplek voor de inwoners van Waalwijk.
De plannen voor Zanddonk zijn ambitieus. Het huidige bedrijventerrein, dat door velen als verouderd en rommelig wordt ervaren, moet een nieuw leven worden ingeblazen. De gemeente Waalwijk geeft hiermee blijk van een sterke visie en wil actief de regie nemen over de ontwikkelingen in dit gebied. De transformatie van Zanddonk sluit aan bij de bredere doelstellingen van de gemeente om de leefomgeving aantrekkelijker te maken voor zowel bewoners als ondernemers.
Dit project is niet alleen een economische investering, maar ook een belangrijke stap in het verbeteren van de woonkwaliteit in Waalwijk. Door het creëren van een mix van woningen en werkgelegenheid hoopt de gemeente een aantrekkelijke omgeving te realiseren die tegelijkertijd bijdraagt aan de werkgelegenheid in de regio.
Belangrijke punten van het project zijn:
- Verkoop van DRI-panden voor 7,5 miljoen euro.
- Focus op de ontwikkeling van een levendige woon- en werkplek.
- Verbetering van de leefomgeving voor inwoners van Waalwijk.
De aankoop van de panden markeert een belangrijke mijlpaal voor de gemeente. Het geeft aan dat Waalwijk niet bang is om risico’s te nemen en actief werkt aan de toekomst van haar inwoners. De komende maanden zullen verdere details en plannen worden gepresenteerd aan de gemeenschap, zodat inwoners op de hoogte blijven van de ontwikkelingen op Zanddonk.
Met deze ambitieuze plannen hoopt Waalwijk niet alleen het bedrijventerrein te revitaliseren, maar ook een nieuwe impuls te geven aan de lokale economie. De gemeente kijkt uit naar de reacties van de inwoners en belanghebbenden, terwijl zij zich voorbereiden op een nieuwe fase in de ontwikkeling van Zanddonk.
