31 gemeenten sluiten de deur voor knallen
In de aanloop naar de jaarwisseling 2026 hebben maar liefst 31 van de 56 gemeenten in Noord-Brabant besloten om vuurwerk volledig te verbannen. Dit betekent dat er geen enkel vuurwerk mag worden afgestoken, ook niet door lokale verenigingen die in voorgaande jaren vaak een uitzondering kregen.
De beslissing om het afsteken van vuurwerk te verbieden is genomen in het kader van de veiligheid en het welzijn van inwoners. De afgelopen jaren zijn er steeds meer zorgen gerezen over de overlast en de schade die vuurwerk met zich meebrengt. Dit heeft geleid tot een verschuiving in het beleid van veel gemeenten in de regio.
Gemeenten die nog wel vuurwerk toestaan, benaderen dit vaak met grote terughoudendheid. Ze overwegen strengere regels en kijken kritisch naar de mogelijkheden om het afsteken te reguleren. De angst voor onveilige situaties en schade aan eigendommen zorgt ervoor dat de meeste gemeenten kiezen voor een volledig verbod.
De impact van deze maatregelen is merkbaar in verschillende wijken van Brabant. In steden zoals Tilburg, Eindhoven en Breda zijn er vaak grote evenementen rond de jaarwisseling, maar deze zullen in 2026 duidelijk anders zijn. Bewoners kunnen zich voorbereiden op een stille nacht, zonder het traditionele geknal.
- 31 van de 56 gemeenten verbieden vuurwerk volledig.
- Ook verenigingen mogen geen vuurwerk afsteken.
- Gemeenten zijn terughoudend met eventuele uitzonderingen.
De verschuiving naar een vuurwerkluwe omgeving sluit aan bij de bredere trend in Nederland, waarin steeds meer gemeenten ervoor kiezen om maatregelen te nemen ter bevordering van de openbare veiligheid en het verminderen van overlast. Het is een ontwikkeling die vermoedelijk ook volgend jaar voortzet zal worden, nu inwoners steeds vaker om rustige en veilige feestdagen vragen.
Met deze besluiten benadrukken de Brabantse gemeenten dat zij prioriteit geven aan de veiligheid en het welzijn van hun inwoners, met als doel een prettiger leefomgeving tijdens de feestdagen. Het zal interessant zijn om te zien hoe deze aanpak verder evolueert in de toekomst.
