Arbeidsmarktexpert spreekt zich uit over generatie Z
In een recente discussie over de werkethiek van jongeren in Noord-Brabant heeft Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt, zich uitgesproken tegen de vaak gehoorde aanname dat generatie Z lui is. Deze uitspraak komt te midden van de opvattingen van sommige politici, zoals VVD-Kamerlid Ruben Brekelmans, die pleit voor het vergroten van het aantal werkdagen voor jongeren.
Wilthagen stelt dat deze kritiek op jongeren onterecht is en dat het gedrag van de huidige generatie sterk beïnvloed wordt door de waarden en normen die zij van hun ouders hebben meegekregen. “In onze cultuur zit de gedachte verankerd dat we werken om te leven, in plaats van andersom,” aldus de hoogleraar. Dit idee kan verklaren waarom veel jongeren kiezen voor flexibele werkuren of minder traditionele werkpatronen.
In Brabant, waar veel jongeren hun eerste stappen op de arbeidsmarkt zetten, is de discussie over werk en werkethiek bijzonder relevant. De regio herbergt verschillende steden met een jongere bevolking die zich in toenemende mate oriënteert op hun toekomst. Met de toenemende druk om te presteren en de hoge kosten van levensonderhoud, voelen veel jongeren zich genoodzaakt om hun eigen pad te kiezen.
De kritiek van Brekelmans, die bepleit dat jongeren vaker fulltime moeten werken, kan volgens Wilthagen niet los worden gezien van de bredere maatschappelijke context. Hij wijst erop dat een rigide benadering van werk niet aansluit bij de wensen en behoeften van deze generatie. Jongeren zijn immers op zoek naar een balans tussen werk en privéleven, een ontwikkeling die steeds meer werkgevers onder ogen moeten zien.
Daarnaast merkt Wilthagen op dat het belangrijk is om niet alleen naar de werkuren te kijken, maar ook naar wat er tijdens die uren daadwerkelijk gebeurt. Kwaliteit van werk en de mogelijkheid tot persoonlijke ontwikkeling zijn cruciaal. Hij pleit voor een heroverweging van wat het betekent om succesvol te zijn op de arbeidsmarkt en hoe bedrijven zich kunnen aanpassen aan deze nieuwe realiteit.
De discussie rondom arbeidsethos en generaties is niet nieuw, maar neemt in de huidige tijd een andere wending. Voor jongeren in plaatsen als Eindhoven en Breda biedt deze maatschappelijke dialoog kansen om zich te profileren en hun stem te laten horen. Het is essentieel dat er begrip is voor hun situatie en dat er naar hen geluisterd wordt.
Samenvattend kunnen we stellen dat de visie van hoogleraar Wilthagen een oproep is tot een breder begrip van de uitdagingen waarmee jongeren vandaag de dag worden geconfronteerd. In plaats van hen te beschuldigen van luiheid, zou de focus moeten liggen op het creëren van een werkklimaat waarin zij kunnen floreren.
