Burgemeester pleit voor aanwezigheid in eigen gemeenten
In een streven naar meer zichtbaarheid en effectiviteit van de handhaving, hebben de gemeenten Goirle en Hilvarenbeek aangegeven dat ze de inzet van hun buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) willen verbeteren. Momenteel starten de boa’s hun werkdag in Oisterwijk, maar burgemeester Mark van Stappershoef van Goirle pleit ervoor dat zij hun taken dichter bij huis uitvoeren.
De burgemeester benadrukt het belang van een directe aanwezigheid van boa’s in de lokale gemeenschappen. Volgens hem draagt dit bij aan een snellere en meer gerichte aanpak van overlastsituaties. Van Stappershoef stelt dat de inwoners behoefte hebben aan zichtbare handhaving, zeker in gebieden waar sprake is van problemen zoals vandalisme en overlast door jeugd.
De huidige werkwijze, waarbij de boa’s van Oisterwijk naar Goirle moeten komen, wordt door de burgemeester als onwenselijk ervaren. “Ik wil dat ze hier zijn,” aldus Van Stappershoef. Door boa’s lokaal in te zetten, kunnen zij sneller reageren op meldingen en preventief optreden, wat de veiligheid in de wijken kan verhogen.
Hilvarenbeek sluit zich aan bij deze oproep. Ook daar is er een groeiende behoefte aan meer zichtbaarheid van handhaving. Het college van burgemeester en wethouders overweegt momenteel hoe zij deze veranderingen kunnen realiseren. Een nauwere samenwerking tussen de gemeenten zou ook kunnen bijdragen aan een efficiëntere inzet van de boa’s.
De voordelen van een lokale inzet van boa’s zijn talrijk:
- Snelheid in reactie op meldingen van overlast.
- Versterking van de sociale controle in de wijken.
- Betere relatie tussen inwoners en handhaving.
- Preventieve aanwezigheid kan overlastsituaties verminderen.
Het is nog niet duidelijk wanneer deze veranderingen daadwerkelijk zullen worden doorgevoerd, maar de betrokken gemeenten hopen snel tot een oplossing te komen. Voor inwoners van Goirle en Hilvarenbeek is het een positieve ontwikkeling die kan bijdragen aan een veiliger leefklimaat in hun woonomgeving.
De gesprekken tussen de gemeenten zijn gaande en worden met veel belangstelling gevolgd door de lokale bevolking. Het is nu aan de bestuurders om deze ambitie om te zetten in concrete acties die de leefbaarheid in de regio ten goede komen.
